
Goed zingen en tegelijk een instrument bespelen is op zich al een lastige combi. Maar als dat zingen ook nog eens vierstemmig is, dan wordt het helemaal ingewikkeld. De vier leden van de sixties coverband The Surphonics lijken er hun hand niet voor om te draaien. On the Mike vroeg zanger/gitarist (en On the Mike lid!) Martin Bakker en zanger/bassist Rick Lourens hoe ze dat voor elkaar krijgen.
Tekst: Irma van der Lubbe
Wat was er eerder: de zang of de gitaar?
Martin: “Bij mij was dat de zang, ik denk dat ik met zingen begon toen ik een jaar of vijf was. Er waren bij ons twee elpees in huis die helemaal grijsgedraaid werden, waaronder een verzamelalbum van The Beach Boys. Die liedjes brulde ik lekker mee. Op een bepaald moment had mijn zus gitaarles. Zij leerde me een paar basisdingen en toen dacht ik: ‘Dat kan ik ook’. Vanaf toen ben ik ook begonnen met gitaarspelen.”
Rick: “Ik loop een kleine 30 jaar achter bij de andere jongens van de band, want ik ben pas op mijn 27e begonnen met muziek maken. Bij mij begon het met de gitaar en dan vooral nummers van The Beatles. De liefde voor The Beach Boys is pas later gekomen. Zingen deed ik wel, maar ik vond dat niemand dat hoefde te horen; ik durfde eigenlijk niet zo goed.”
Hoe hebben jullie elkaar gevonden?
Rick: “Ik ben een van de mede-oprichters van The Surphonics en wilde met die band graag onder meer muziek van The Beach Boys spelen. Op een gegeven moment zochten we nog een goede gitarist en Martin kende ik via een jongerencentrum waar we allebei bij betrokken waren.”
Martin: “Ja, Rick belde me toen om te vragen of ik bij hun band wilde komen. Daar moest ik wel even goed over nadenken. Tot dat moment had ik namelijk altijd eigen nummers gespeeld; ik had het niet zo met covers.”
Rick: “De ellende is echter dat je met eigen werk vaak voor lege zalen staat te spelen. We hebben met onze band wel eens eigen nummers gespeeld voor de pauze, en covers na de pauze. Na de pauze trokken we sowieso meer mensen, maar we zagen ook dat die helemaal uit hun dak gingen. Bovendien boek je als coverbands veel gemakkelijker optredens.”
Martin: “Zo hebben ze me toen dus overgehaald!”
Martin, jij werd gevraagd omdat je een goede gitarist bent. Maar bij jullie is de zang toch ook heel belangrijk?
Martin: “Klopt. Dat ‘goede gitarist’ wordt de laatste tijd ook wel wat minder, want het draait bij ons vooral om de zang. We oefenen vaak akoestisch, zodat de stemmen niet verloren gaan in het elektrische geweld en we alles goed kunnen horen.”
Rick: “Met die vierstemmige zang is dat heel belangrijk. Een nummer als ‘Fun, fun, fun’ is qua stemmen een hele uitzoekerij geweest, we hebben een paar keer de boel helemaal omgegooid.”
Hebben jullie onderling een vaste stemverdeling?
Martin: “Nee, het is niet zo dat één iemand bijvoorbeeld altijd de hoge stem doet, we wisselen de partijen af.”
Spelen jullie alles in de oorspronkelijke toonsoort?
Rick: “Nee, soms spelen we een nummer een tikkie hoger of lager omdat het dan voor onze stemmen net even lekkerder ligt. Maar daar zijn wel grenzen aan; sommige nummers krijgen een andere sfeer als je ze te hoog of te laag speelt. Als we een song op een redelijke toonhoogte niet goed onder de knie kunnen krijgen, dan laten we het zitten, hoe leuk we het nummer ook vinden.”
Hebben jullie eigenlijk zangles?
Rick: “Ik heb ooit wel eens een half jaartje les gehad, maar verder niet. De hele band is qua zang eigenlijk autodidact.”
Martin: “Nou, ik moet zeggen: ik denk er wel eens over om les te nemen. Sowieso merk ik altijd dat ik in de winter minder hoog kom – geen idee waar dat mee te maken heeft. En ik merk dat ik tegenwoordig sneller hees word. Vroeger had je zo’n drankje,
Buckley’s heette dat. Als ik dan hees was, nam ik een slokje en dan kon je weer vrolijk doorzingen. Maar dat spul is in Nederland uit de handel genomen, er zat iets van ammoniak ofzo in. Sinds ik het dronk, ben ik kaal. Zou dat er wat mee te maken hebben?”
Jullie stonden recentelijk in de NH-regiofinale van The Clash of the Coverbands. Waarom hebben jullie je opgegeven?
Rick: “Dat heeft onze leadzanger Ruud in een dolle bui gedaan. In eerste instantie was er binnen de band wel wat weerstand. Zo van: is dat nou allemaal nodig? Maar het levert toch wel mooie reclame op en de feedback die je krijgt van de jury is heel waardevol. Bovendien is het sfeertje tussen de bands onderling erg gezellig. Het is jammer dat we het niet gered hebben tot Paradiso, maar het was sowieso een hele leuke ervaring!”
Je moet lid zijn van On the mike om reacties te kunnen toevoegen!
Wordt lid van On the mike